Op de rand van licht en donker, als de schemering valt, loop ik het erf op van een mooie boerderij. Er staan lantaarns en een paar vuurkorven met en knappend vuurtje. Ik ga naar een bijeenkomst om stil te staan bij mijn moeder die 5 jaar geleden is overleden. Ik mis haar, zeker in de maanden november en december, als het vroeger donker wordt en de feestdagen er zijn.
Vele kaarsvlammetjes verwelkomen mij als ik binnenloop, hier en daar brandt een zoutlampje. In het midden van de ruimte staat een prachtige ronde lage tafel met kaarsen, edelstenen en bloemen, waar mensen in een cirkel omheen zitten. Een houtkachel verwarmt de ruimte. Er wordt mij een mand met kleine stenen voorgehouden, waar ik er eentje uit mag pakken. Ik word als vanzelf stiller en zoek een plaatsje in de cirkel. Er klinkt zachte muziek en samen met de andere aanwezigen koester ik me in deze warme sfeer.
Na een kort welkom, worden er vijf grote kaarsen aangestoken. Elke kaars staat symbool voor iets: Liefde, Leven, Licht en Vergeving. De vijfde kaars wordt aangestoken voor iedereen, waarvoor nog nooit iemand een kaarsje heeft aangestoken. Daarna worden wij uitgenodigd om een kaarsje aan te steken. We mogen kiezen van welke kaars we de vlam halen. Ik kies voor de kaars die symbool staat voor het leven. Het leven wat mij is gegeven door mijn moeder en wat doorgaat, ondanks het gemis. En als ik het kaarsje neerzet, zeg ik hardop ‘mam’. Een traan loopt over mijn wang, maar gek genoeg hoef ik niet te snikken. Mijn tranen stromen gewoon.
De steen die ik bij binnenkomst kreeg is inmiddels warm geworden in mijn hand. Zonder dat ik er bewust mee bezig was heeft hij warmte opgenomen. De begeleider van deze herinneringsbijeenkomst benoemt dit en legt verbinding met de persoon die we missen. Mijn moeder is bewust en onbewust bij me. Net als de steen ontvangt ze mijn warmte en zoek ik een weg met ons mam in mijn hart, zodat dat wat samen ooit was, verweven kan worden in mijn leven. Weer word ik geraakt en voel ik hoe dankbaar ik ben dat mijn moeder er voor me was en dat ze me het leven heeft gegeven. Ja, ik mis haar, maar op dit moment voel ik vooral dankbaarheid.
We luisteren nog naar een prachtig lied, waarin je mag meezingen als je dat wilt. Daarna is er ruimte om nog even te blijven zitten in de sfeer of naar huis te gaan. Er wordt een kopje soep aangeboden, maar ik besluit om naar huis te gaan. Zonder veel woorden bedank ik de mensen die me hebben ontvangen en loop naar buiten waar nog steeds de vuurkorven aan zijn en lantaarns mijn pad verlichten. Ik voel me dankbaar en rijk. Als ik thuis ben kruip ik met een dekentje en een kop thee op de bank. Ik betrap me erop dat ik zit na te genieten en denk aan al het fijns wat ik met ons mam heb mogen doen. Dank je wel mam!